
Start van de van Wijck/van Wijk familytree.
De boom van de familie van Wijk groeit voorspoedig.
Door elk jaar te snuffelen in nieuw vrijgegeven informatie op het internet, te zoeken naar nieuwe verbindingen en bewijsvoering op zowel het internet als in de archieven, groeit de boom. De pagina wordt met kleine stapjes gevuld.
Daar waar de bewijsvoering nog niet rond is zal dat vermeld worden.
De boom, klik op de afbeelding
Summiere opsomming
De generaties
Vermenging stamboom van John en Gina
Door middel van DNA onderzoek hebben wij ontdekt dat John en ik dezelfde voorouders hebben. Wij zijn echte Betuwenaren van oorsprong.
Vergis je niet in de achternaam. Achternamen werden vroeger nogal eens aangepast. De namen werden vaak aangepast naar de plaats waar de persoon vandaan komt. Denk aan Leeuwen een gemeente bestaande uit Boven en Beneden-Leeuwen tot de jaren 1818.
Stukken land die zijn ingebracht, geschonken, geërfd, overgedragen of als leen zijn verkregen
Vanuit de aktes:
-
De 6 morgen te Zoelmond – De Gherecamp en Buerkamp
Bij het huwelijk van Johan van Wijck Hermanszoon en Johanna van Meerten Gevertsdochter in 1524/1525 bracht Johanna in:
- De Gherecamp
- De Buerkamp
- samen ongeveer 6 morgen
- gelegen in het kerspel
Zoelmond, in het land van Buren.
- De Merenborchscamp – circa 6 morgen
Johan van Wijck bracht aan zijn vrouw Johanna in:
- Merenborchscamp
- ongeveer 6 morgen
- gelegen in het kerspel Rijswijk.
- De Cleijn Dolage – 2 morgen
Daarnaast bracht Johan van Wijck in:
- De Cleijn Dolage
- ongeveer 2 morgen
- gelegen te Rijswijk.
Er wordt uitdrukkelijk vermeld dat de pastorie van Rijswijk haar gerechtigheid daarop behield.
-
Trijessghencamp – circa 16 hond
Herman van Wijck verklaarde dat hij aan zijn zoon Johan van Wijck had gegeven:
- een stuk land van ongeveer 16 hond
- gelegen aan de Broecksteghe
- genaamd Trijessghencamp
- het was leengoed.
- De helft van de pacht van de 3 morgen De Dolage
Herman gaf Johan bovendien:
- de helft van de pacht van 3 morgen land
- genaamd De Dolage
- zolang Herman leefde.
-
De 16 hont in het Wijffdijckerveld
Dit is een tweede belangrijke lijn in de Van Wijck-bezittingen.
Uit het latere riddermatigheidsdossier blijkt:
Herman van Wijck → zijn zoon Jan/Johan van Wijck
Op 25 oktober 1530 werd Jan van Wijck, na transport door Herman van Wijck, beleend met:
- 16 hont land
- in het Wijffdijckerveld te Rijswijk.
- 2½ morgen te Rijswijk
Bij de beleening van 21 april 1570 werd Johan van Wijck Gevertsz. niet alleen met de 16 hont beleend, maar ook met:
- 2½ morgen land te Rijswijk.
Dit werd dus onderdeel van de bezittinge
- De 1½ morgen te Rijswijk – leen 5 Culemborg
Er is daarnaast een zeer interessante leenregistratie: 2 akkers, samen 1½ morgen, te Rijswijk, strekkend van de uiterdijk tot de Rijn.
In 1505:
Herman van Leeuwen Ottenz. → voor zijn zoon Albert van Leeuwen
Albert wordt dus als opvolger genoemd. In 1516 wordt Albert van Leeuwen zelf vermeld.
Dit sluit goed aan bij de andere gegevens over Albert van Leeuwen, echtgenoot van Hillegonda van Meerten.
- De 2 morgen te Rijswijkerweerd – leen Gaasbeek
Nog een belangrijk stuk:
2 morgen land in de Rijswijkerweerd, verdeeld over drie akkers, lopend van de papen-uiterdijk tot de Lek.
In 1505:
Herman van Leeuwen Ottenz., gehuwd met Jutte Albertsdochter, werd ermee beleend voor zijn zoon Albert.
In 1516 volgt:
Albert van Leeuwen Ottenz.
Dit is dus opnieuw een bezit dat via Herman van Leeuwen → Albert van Leeuwen loopt.
-
De 5 morgen in Maurik – Meerland/Roeters
Een oudere Van Leeuwen-bezitlijn betreft:
- oorspronkelijk 8 morgen in Maurik;
- in 1452 teruggebracht tot 5 morgen;
- gelegen in
het Meerland en de Roeters.

Familie van Wijck, de generaties
Floris en Gerard van Wijck
Generatie 20
Gerard van Wijck
Generatie 19
Floris van Wijck
Ridder Gerrit Florisz van Wijck
Wordt aangeduid als Ridder. Hij behoort tot de oudere generatie Van Wijck die in de omgeving van Rijswijk in de Neder-Betuwe bezittingen had.
Een belangrijke genealogische bron vermeldt:
Gerrit Florisz. van Wijck × Alijt van Leeuwen, circa 1460.
Alijt was volgens die bron een dochter van:
Herman van Leeuwen ×
Belia Ottendr. van Wijk.
Dit is interessant omdat hiermee de families Van Wijck en Van Leeuwen al vóór 1500 met elkaar verbonden waren.
In 1456 werd Gerrit Florisz. van Wijck beleend met ongeveer:3½ morgen land in Rijswijk/Nederbroek.
Daarbij werd bepaald dat het leen na Gerrits overlijden zou overgaan op zijn zoon:Herman van Wijck.
De Culemborgse leenregistraties zijn voor Gerrit bijzonder belangrijk.
De volgende gegevens uit de eerdere reconstructie:
Jaar Gebeurtenis
1456 Gerrit Florisz. van Wijck wordt beleend met ca. 3½ morgen in Rijswijk/Nederbroek
ca. 1460 Gerrit houdt land voor zijn dochter Katharina
1464 Na Gerrits overlijden krijgt Floris van Wijck o.a. 13½ hont Santstucke en 4 hont Dolage
Dit maakt Gerrit duidelijk onderdeel van de grondbezittende elite van Rijswijk.
De vermelding uit 1464 dat Floris goederen verkrijgt na het overlijden van Gerrit is belangrijk.
Daaruit volgt:
Gerrit Florisz. van Wijck was vóór 1464 overleden.
We kunnen dus voorlopig zeggen:Gerrit Florisz. van Wijck: overleden vóór/omstreeks 1464.
Sterk onderbouwd uit onderzoek
Gerrit Florisz. van Wijck:
actief vóór 1464;
ridder genoemd in een genealogische bron;
bezat/was beleend met grond in Rijswijk;
gehuwd met Alijt van Leeuwen volgens de genealogische bron;
had minstens een zoon Herman;
had een zoon/erfgenaam Floris;
had een dochter Katharina;
was vóór 1464 overleden.
Herman Gerritsz van Wijck
Herman Gerrits van Wijck × Else Hack
De meest concrete bron is een getuigenverklaring van 6 juli 1582, afgelegd door Alyt Anthonis van Wijcksdochter, toen 62 jaar oud. Zij verklaarde dat haar grootvader:
Harman van Wijck Gerritss. gehuwd was geweest met: Else Hack uit Wageningen.
Dit is de belangrijkste bron voor hun huwelijk en gezin. De verklaring werd afgelegd in het kader van het langdurige proces over de riddermatigheid van de familie Van Wijck.
Hun gezin
Volgens deze verklaring hadden Herman Gerrits van Wijck en Else Hack drie zonen:
heer Gerrit van Wijck, priester te Wageningen
Johan van Wijck
Anthonis van Wijck
De verklaring is heel duidelijk over deze drie kinderen
Herman was een belangrijke Van Wijck in Rijswijk
Herman Gerrits van Wijck behoorde tot de Van Wijcks die in Rijswijk in de Neder-Betuwe grond en lenen bezaten.
Een bijzonder belangrijke leenakte betreft 16 hond land in de maalschap van Rijswijk, in het Wijffdijckerveld.
Een genealogische bron geeft een akte van:
18 september 1491
waarin Herman van Wijck Gerritss. met deze 16 hond wordt beleend na overdracht door zijn broer Floris van Wijck Gerritsz.
Zoon Johan: In de huwelijksvoorwaarden van 1524/1525 wordt Johan genoemd als:
Johan van Wijck Hermensoon en zijn vader:
Herman van Wijck
Herman trad daarbij op als vader en gaf Johan goederen mee voor zijn huwelijk met Johanna van Meerten.
Ridder Johan Hermanszn van Wijck
Johan is getrouwd op 17-9-1524 met jonkvrouw Johanna Gevertsdr van Meerten, dochter van Gevert van Meerten en Christina van Cuyck, die in de akte Stijn/Steijne van Merthen wordt genoemd.
Dit is buitengewoon sterk gedocumenteerd door de huwelijkse voorwaarden. De bewaard gebleven kopie is gedateerd 20 september 1584, maar is gemaakt naar het verzegelde origineel. De akte zelf is gedateerd op 17 september 1524 in de slotformule; de archiefbeschrijving noemt 17 september 1525. Dat is een kleine maar echte dateringkwestie die ik bij een definitieve genealogische publicatie zou vermelden.
De akte noemt letterlijk:
Johan van Wijck Hermensoon;
Johanna van Merten, zaliger Gevertsdochter;
Stijn van Merthen, weduwe van Gevert van Merthen;
Johan van Merthen, broer van Johanna.
Johan van Meerten, hij moest haar volgens de huwelijksvoorwaarden 100 Stichtse gulden betalen na het overlijden van hun moeder.
Daarnaast is Hilgonda van Meerten zeer waarschijnlijk een zus van Johanna, omdat zij eveneens een dochter van Gevert en Christina wordt genoemd in de genealogische reconstructie. Dat is echter minder hard bewezen dan Johanna's ouderschap
Herman en Else in het riddermatigheidsdossier
Hun familie werd in de 16e eeuw geconfronteerd met de vraag of zij werkelijk tot de riddermatige stand behoorden.
In 1546 werd over Johan van Wijck Hermansz. gesproken in verband met vrijstelling van onder andere:
klokkenslag;
walgelden;
gravergelden;
ruitergelden.
De familie beriep zich daarbij op haar riddermatige afkomst.
Op 21 juni 1546 verklaarde het stadsbestuur van Nijmegen dat Herman van Wijck en zijn zoon Johan van Wijck in het ridderboek stonden.
Wat bracht Johanna in het huwelijk?
Dit is een bijzonder interessante akte omdat hij niet alleen genealogisch, maar ook financieel veel informatie geeft.
Johanna bracht in:
Land:
Twee kampen in het kerspel Zoelmond, in het Land van Buren:
Gherecamp en Buerkamp. Samen ongeveer: 6 morgen land.
Daarnaast: 50 gouden Philippusgulden contant geld.
Nog een erfdeel, Johanna had recht op:
100 Stichtse gulden
Deze zouden door haar broer Johan van Merthen worden betaald binnen een jaar na het overlijden van hun moeder.
De akte bepaalt bovendien dat Johanna na het overlijden van haar moeder opnieuw zou delen in de nalatenschap van haar moeder.
Wat bracht Johan van Wijck in?
Johan bracht in:
In Rijswijk
Merenborchscamp – ongeveer 6 morgen;
Cleijn Dolage – ongeveer 2 morgen.
Daarbij kwamen de erfgoederen die Johan had gekregen door het overlijden van zijn zoon Willem van Wijck.
Dit is een interessante vermelding: er moet dus vóór of rond 1524 een Willem van Wijck, zoon van Johan, zijn geweest die vóór zijn vader was overleden. Ik zou deze Willem niet zonder meer als een kind van Johan en Johanna opnemen, want de akte zegt alleen dat het om de erfenis van "zijn zoon Willem" gaat.
Johan kreeg ook land van zijn vader Herman.
Herman van Wijck gaf Johan:
ongeveer 16 hond leengoed gelegen aan de Broecksteghe, genaamd: Trijessghencamp.
Herman zou het leen voor Johan aan de leenheer overdragen en Johan daarmee belenen.
Maar Herman hield voor zichzelf het levenslange gebruik van dit land.
Daarnaast gaf Herman Johan:
de helft van de pacht van 3 morgen land, genaamd de Dolage, zolang Herman leefde.
Dit is belangrijk omdat het rechtstreeks de relatie Herman → Johan bevestigt.
In 1546 werd zelfs door het stadsbestuur van Nijmegen verklaard dat Herman van Wijck en zijn zoon Johan van Wijck in het ridderboek voorkwamen.
Dat is belangrijk: het is niet alleen een latere genealogische bewering; er was in de 16e eeuw daadwerkelijk een officieel dossier over hun status.
Hun relatie met de Bank van Kesteren
De Van Wijcks konden aantonen dat hun familie al lange tijd betrokken was bij de Bank van Kesteren.
In het dossier van Johan Gevertsz. wordt gesteld dat zijn voorouders vanaf minstens 1509 als gerichtslieden optraden.
Dat werd gebruikt als bewijs voor hun maatschappelijke positie en riddermatigheid.
Wat weten we over hun overlijden?
We hebben geen exacte overlijdensdata.
Maar: Johan was overleden vóór 11 november 1543; Johanna was eveneens overleden vóór 11 november 1543.
Dat is zeker, omdat de boedelscheiding van die datum wordt opgesteld voor hun vier kinderen.
De huwelijksvoorwaarden dateren van 1524/1525.
Daarmee ligt hun gezamenlijke huwelijk ongeveer tussen: ca. 1524 en vóór 1543.
Eerder is de indruk gewekt dat Johanna van Meerten zonder twijfel een dochter van Gevert van Meerten en Christina van Cuyck was én dat Hilgonda haar zus was.
Voor Johanna zelf is het bewijs inderdaad sterk: de huwelijksakte noemt haar "Johanna zaliger Gevertsdochter van Merten" en haar moeder Stijn/Christina.
Voor Hilgonda als zus is het bewijs minder direct. De genealogische reconstructie noemt haar als dochter van hetzelfde paar, maar dat moeten we als zeer waarschijnlijk en niet als absoluut bewezen formuleren.
De originele/kopie-akte is terug te vinden via het Gelders Archief, archief 0124, inv.nr. 4998, scans 190-191; de online transcriptie vermeldt ook expliciet dat de kopie in 1584 met het verzegelde origineel is vergeleken.
Geurt/Gevertszn van Wijck
Gevert van Wijck was de oudste zoon van Johan van Wijck Hermansz. en Johanna van Meerten Gevertsdochter.
Zij waren in 1548 al getrouwd.
26 oktober 1548
Gevert van Wijck gaf toen een leen in lijftocht aan zijn vrouw Janna van Leeuwen.
"Lijftocht" betekent hier dat Johanna een recht op het leen kreeg voor haar levensonderhoud, doorgaans voor haar leven.
Daarmee staat vast dat:
Gevert van Wijck + Janna/Johanna van Leeuwen in 1548 echtgenoten waren.
De boedelscheiding van 11 november 1543. Daarin worden de kinderen van Johan en Johanna genoemd:
Gevert van Wijck
Johan van Wijck
Jasper van Wijck
Anna van Wijck
Gevert wordt daarbij als de oudste zoon behandeld.
Johanna's afkomst nog verder uit te zoeken!!
Voor Johanna wordt in de genealogische fragmenten opgegeven:
Herman van Leeuwen
× Margriet Uten Weerde ???
↓
Johanna van Leeuwen
Zij zou rond 1513/1514 geboren zijn.
Hier wel onderscheid:
Haar huwelijk met Gevert en haar vader Herman zijn zeer goed onderbouwd.
De combinatie Herman van Leeuwen × Margriet Uten Weerde is afkomstig uit de genealogische reconstructie van Plomp en is minder hard dan de gerechtelijke verklaringen over haar huwelijk en vader.
Er zijn namelijk meerdere personen met de naam Herman van Leeuwen, waaronder Herman van Leeuwen de Oude/de Grote, waardoor deze generatie niet zonder meer gelijkgesteld mag worden. Dit is precies een punt waar we voorzichtig moeten blijven.
Gevert als erfgenaam
Bij de boedelscheiding van 1543 kreeg Gevert onder andere:
een kamp land te Rijswijk;
het leengoed dat van zijn vader afkomstig was;
een bedrag van 80 Philippusgulden, dat op rente stond.
Het leengoed dat van zijn moeder afkomstig was, moest tussen de kinderen worden verdeeld.
Dit is belangrijk omdat Gevert hierdoor duidelijk als de oudste erfgenaam van Johan van Wijck en Johanna van Meerten naar voren komt.
Zijn vrouw was:
Johanna (Janna) van Leeuwen Hermansdochter
In de bronnen wordt zij ook genoemd als:
Johanna van Leeuwen;
Janna van Leeuwen;
joffer Johanna van Leeuwen;
de weduwe van Gevert van Wijck.
De verklaring van 24 juli 1577 noemt expliciet:
Gevert van Wijck trouwde met Johanna van Leeuwen, dochter van Herman van Leeuwen de oude te Maurik.
Dat is een belangrijke onafhankelijke getuigenverklaring.
Het belangrijke leen van 16 hond
In het dossier van Johan Gevertsz. wordt een bijzonder belangrijke leenlijn genoemd.
Het ging om: 16 hond land in het Wijffdijckerveld te Rijswijk.
De opeenvolging was: 25 oktober 1530
Na overdracht door Herman van Wijck werd diens zoon Jan van Wijck met het land beleend.
26 oktober 1548 Na het overlijden van Jan van Wijck Hermansz. werd diens oudste zoon:
Gevert van Wijck met het leen beleend.
Gevert was ziek, waardoor zijn broer Jan van Wijck Jansz. voor hem de hulde deed.
21 april 1570
Na het overlijden van Gevert werd zijn zoon:
Johan van Wijck Gevertsz.
met het leen beleend.
Daarbij kreeg Johan ook 2½ morgen land te Rijswijk.
Dit geeft een zeer fraaie erfopvolging:
Herman van Wijck → Jan van Wijck → Gevert van Wijck → Johan van Wijck
Gevert moet vóór 21 april 1570 overleden zijn
Dit is een belangrijk chronologisch gegeven.
Op 21 april 1570 werd Johan Gevertsz. namelijk met het leen beleend na het overlijden van zijn vader Gevert.
Daarom kunnen we met zekerheid zeggen:
Gevert is overleden vóór 21 april 1570.
Johanna leefde toen nog, want zij wordt later expliciet als weduwe van Gevert genoemd.
Kinderen gevonden vanuit de akte 1577 Riddermatigheid:
Johan Gevertsz van Wijck
Cornelis van Wijck
Johanna's zeer belangrijke verklaring van 1582
Dit is voor mij één van de waardevolste documenten in jouw hele onderzoek.
Op: 5 januari 1582 verklaarde:
jonkvrouw Johanna van Leeuwen, weduwe van Gevert van Wijck, ongeveer 68 jaar oud
voor het stadsbestuur van Wijk bij Duurstede.
Zij deed dit op verzoek van Adriaen van Leeuwen Aelbertsz.
Als zij ongeveer 68 was, komt haar geboorte inderdaad uit rond:
1513/1514.
Zij verklaarde dat haar vader:
Herman van Leeuwen Hermansz.
en haar grootvader:
Herman van Leeuwen Jansz.
uit Maurik afkomstig waren.
Zij zei dat zij "van aver tot aver" — dus van voorouders/generaties her — van één stam en bloed waren.
Daarmee bevestigt zij zelf een oude Van Leeuwen-afkomst uit Maurik.
Johanna verklaarde ook over Adriaen van Leeuwen
De verklaring van Johanna was vooral bedoeld om de afkomst van Adriaen van Leeuwen Aelbertsz. te ondersteunen.
Zij verklaarde onder meer over:
Hermen van Leeuwen Ottensz.
en zijn zonen:
Jeriphaes/Jerefaes van Leeuwen
Aelbert van Leeuwen
Aelbert was de vader van Adriaen.
Hierdoor is Johanna een belangrijke getuige voor de genealogie van de Van Leeuwens.
Johanna verklaart over de oudere Van Leeuwen-generaties
Op 14 september 1582 verklaarde Johanna opnieuw. Daarbij wordt:
Hermen van Leuwen Ottensz. genoemd.
Hij zou uit zijn huwelijk hebben gehad:
Jeriphaes van Leeuwen
Aelbert van Leeuwen
Aelbert was de vader van Adriaen van Leeuwen Aelbertsz.
Dit is relevant omdat het laat zien dat Johanna zelf als oudere vrouw in 1582 nog genealogische informatie over de Van Leeuwens kon leveren.
Nog een belangrijk genealogisch bewijs
Op 24 juli 1577 verklaarde kanunnik Beernt uten Enge dat:
Johan van Wijck getrouwd was met Johanna van Merthen;
uit dat huwelijk kwamen Gevert, Johan, Jasper en Anna;
Gevert trouwde met Johanna van Leeuwen;
Johanna was de dochter van Herman van Leeuwen de Oude te Maurik.
De Van Wijcks konden aantonen dat hun voorouders al vanaf minstens 1509 als gerichtslieden bij de Bank van Kesteren optraden.
Johan van Wijck Gevertsz.
Hier komt nog een bewijslast issue
Johan van Wijck Gevertsz.
Is deze Johan getrouwd met Jenneke van Brienen? Geen akte gevonden. Nu bewijzen dat het land, welke via deze families is doorgegeven, ook bij deze Johan of een van zijn zonen terecht is gekomen.
Deze Johan was degene die in de jaren 1570 uitgebreid bewijs verzamelde om de riddermatigheid van de familie Van Wijck te bewijzen.
Hij kon onder andere oude leenakten en verklaringen aanvoeren.
In 1582 verklaarde Alyt Anthonis van Wijcksdochter dat:
haar grootvader Harman van Wijck Gerritss. met Else Hack was getrouwd;
hun zoon Johan met Johanna van Meerten was getrouwd;
Johanna de moeder was van Gevert van Wijck;
Gevert de vader was van Johan Gevertsz. van Wijck.
Dit is genealogisch bijzonder waardevol omdat de verklaring meerdere generaties achter elkaar noemt.
Adriaen van Wijck
Adriaan
* rond 1585, overleden na 7-3-1611.
X voor 7-3-1611 Cornelia van Ratingen/ Cornelie van Raettingen
Weduwe van Bartholomeus Evertsen(getrouwd zeker 16-03 -1608)
Zus van Wyn(tgen)/Wijnanda X Thonis Janssens Zeccher/Segher
en Willem van Raettingen, rentmeester St. Petersgasthuis X Naell Sluyskens
Willem; Luitenant van hopman Johan Jordens
Ws. dochter van Claes van Ratingen aangezien zij later in zijn huis woont waar hij is verstorven
X Erntgen van Harn/ Eerentjen van Hern
Erntgen herX Rhenen 3-9-1637 Bernt (Beernt)Wesselsz,
* Rhenen ca. 1612
Adriaan is kerkmeester/kerkbestuurder. Dat houdt in dat hij o.a. de boeken bijhoudt. Deze
Adriaen trouwt twee keer. Eerst met Cornelia van Ratingen en later met Erntgen van Harn. Adriaen krijgt voor zover ik dat kan zien 3 kinderen. De gegevens heb ik gehaald uit de boeken van Anton C. Zeven. Ik heb zijn delen van ongeveer 12.000 bladzijdes wel 10 keer gelezen.
Zij wonen in Wageningen. Adriaen leeft in de tijd dat er een verbod geldt op uitoefenen van andere Godsdiensten dan de “Ware evangelische religie”. Er zijn regelmatig dijkdoorbraken Grebbedijk/Grebbekade. De schade van deze doorbraken reikt tot aan Amersfoort.
Zijn kinderen groeien op in een tijd van de tabaksteelt en de oprichting van de schippersgilde en snijders- en kleermakersgilde.
Inwonerslijsten dorpen Nederbetuwe 1634-1723 MARSCH Adriaen van Wijck woonende op de mert en gepacht het goet van't Convent tot ...., sijn huijsvrou, 1 knecht en 1 meijt. Samen 4 personen.
A 7. Akte voor schepenen van Wageningen waarbij Hermen Henricx; Steven Stevensz en
Jenneken Henricx, echtelieden; mede namens Anneken van Bronckhorst, echtgenote van Hermen Henricx; Cornelis Roest en Naeleken van Brienen, echtelieden; Adriaen van Wijck en Cornelia van Ratingen, echtelieden; en Gerrit Versteech en Henrica van Anholt, echtelieden, verkopen aan Henrick van Brienen, burgemeester van Wageningen en Clara van der teegh,echtelieden, ongeveer zeven hond land op het Esveldt, benoorden het Huppat en bezuiden de Haarwech, plus een halve morgen op de bovenste Esvelden gelegen,
benoorden de Middelwech en bezuiden het Huppat, 19 dec. 1623
1 charter, zegel niet meer aanwezig
1-3-1611 631
Peter Janssen van Velp, gezworen stadbode, heeft gegicht dat hij op donderdag 21-02-1611 's namiddags tusen 3 en 4 uren in handen van de huisvrouw van Bruin van Noll in zijn absentie geleverd heeft een open bezegelde weetbrief van peinding, geschied ter instantie van Willem van Ratingen (rentmeester St. Pietergasthuis Arnhem x 1633 Naleken Sluysken) en Claes Janssen als gemachtigden van Adriaen van Wijck als man en momber zijner huisvrouw Cornelie van Ratingen, dewelke hem ten antwoord gaf: zij wiste wel van de zaak en zij wilde deze weet haar man leveren, zo balde hij thuis kwam [enz.];
Cornelie van Raettingen, weduwe van Bartholomeus Evertzen. Ws dochter van Claes van Raettingen
Gelders archief 632 7-3-1611
Engel ten Nyenhuiss juratus dixit dat hij ter instantie van Thoniss Janssen als man en momber zijner huisvrouw op 06-03-1611 bezaat gedaan heeft aan de helft van derdehalfhonderd gl., toekomende Cornelie van Raettingen, tegenwoordige huisvrouw van Adriaen van Wyck te Wageningen, en gewezen weduwe van zal. Batholomeus Evertzen, staande gehypothekeerd of bevestigd op de behuizing van zal. Claes van Raettingen, nu Bruyn van Nolde toekomende, staande in de Oeverstraat [N.B. fol. 270: tussen huis en hofstad zal. Gaert de Haes erfgenamen ter ener- en de steeg naar de Beek ter andere zijde], en dat voor de helft van 100 gl. kapitaals, mitsgaders de interesse van dien, die Cornelia en haar man, zal. Bartholomeus, de arrestant beloofd hebben op Petri 1604 naar inhoud magescheid d.d. 10-01-1604;
De vrouw van Thonis Jansen is Wyn/Wynanda van Raettingen
Weetbrief van peinding: Een akte waarin eene gerechtelijke aanzegging of insinuatie is vervat.
Hervormde gemeente Arnhem Kerkvoogdij 1576
37 Heer Derrick van der Kuyl verklaart namens de Observanten te Arnhem ontvangen te hebben van Derrick Boumeyster en Claes van Ratingen, kerkmeesters, 6 guldens, welke door wijlen Naell Scillinck vermaakt waren
Kinderen Adriaen van Wijck X Cornelia van Ratingen en Adriaen van Wijck X Erntgen van Harn:
- Adriaan van WijkX Merritien van Crackouw
- Nicolaes (Claes) van Wijck X Jenneke Janssen Ossecamp
- Bartholt van Wijck
-Johan van Wijck X Hendersken Luyb, volgende generatie
Bartelt van Wijck
Bartelt van Wijck
X Willemke van Dompselaer
X Nieske Gerrits Comen
Een ingewikkeld huwelijk.
Vroeger trouwde men met diverse familieleden om geld en land in de familie te houden. Kinderen trouwde met kleinkinderen van dezelfde vader/opa.
Bartelt hertrouwt Neeske Gerrits Coman, weduwe van Jan ter Keus.
Samen met Jan ter Keus/Kuis krijgt zij dochter Jenneke ter Keus
Jenneke ter Keus trouwt Henric Luijb.
Dochter is Jenneke Luijb trouwt Jacob Jansen Vermeer.
Dochter is Willemijna Vermeer x haar neef Bartelt van Wijck.
Henrick Luyb is schoutamt Heteren in de Overbetuwe
Hendersken Luyb* ca. 1636 en man Jan van Wijck verkopen 1/7 deel van 2 morgen land in ’t Vlot te Driel
Willemijnte Vermeer doop 5-4-1663 te Driel, begraven 7-10-1735 te Wageningen
Rijcxken Goossen van Herwaerden * ca. 1605, overleden voor 13 december 1653
Jacob Vermeer, kerkmeester en erfpachter in Overbetuwe, buurmeester van Driel
X 18-10-1657 Driel met Jenneke Luijb (deze is getrouwd in 1695 met Rutger Florissen van Hall)
Jenneke Lueb * ca. 1634 is in 1695 lidmaat te Driel als weduwe van Jacob Vermeer. Ook lidmaat 23-3-1704
Jacob Vermeer gebroren te Randwijk
Jenneke ter Kuijs dochter van Jan ter Kuijs en Niesken Gerritsen
Snap je het nog ;-).
Johan van Wijck
X Hendersken Luyb
Bartholt van Wijck
X Metjen Henricsen
X Willemina Vermeer
Matthijs van Wijk
X Johanna van Annevelt
Geen akte
Johan van Wijck
X Petronella van Rooijen
Dirck van Wijck
X Arnolda van Rooijen
Jan van Wijk
X Marretje Korst
Arnoldus Martinus van Wijk
X Ana Willems Smit
X Janna Nessing

Jan van Wijk
* Onnen (Haren) 28-11-1854 15:00 uur, overleden Eelde 11-4-1946
Beroep: Bakker
X Eelde 7-5-1881 Mina Rutgers
* Paterswolde 12-8-1859, overleden Eelde 4-7-1952
Beroep: Diensmaagd
Dv. Jan Harms Rutgers en Annechien Veenhuis
Kinderen:
Kinderen:
1. Annechien
* Paterswolde 2-8-1881, overleden 12-1-1962
X Eelde 23-3-1907 Jan van Hemmen
* Aduard 9-7-1882, overleden 14-9-1968
Beroep: Landbouwer
Zoon van Antonie van Hemmen en Fennechien Vrieling
2. Arnoldus Martinus van Wijk,
* Paterswolde 3-4-1883, overleden
X Zuidlaren 18-5-1912 Grietje Abels
* Gasteren( Anloo) 21-09-1886
Dochter van Abel Abels en Geertruid Stoffers, logementhoudster
3. Anna van Wijk,
* Paterswolde 16-3-1885, overleden Beilen 17-12-1935
X 4-11-1903 Beilen Willem Pots
* Beilen 23-2-1878, overleden Assen 14-09-1950
Beroep: bakker
Zoon van Gerrit Pots en Hillegien Snijder
4. Jantje van Wijk,
* Paterswolde 25-5-1887, overleden 9-4-1978
X Eelde 19-6-1919 Francois Jozef Kniphorst
*Paterswolde ( Eelde) 24-5-1897 15:00, overleden 25-5-1985
Beroep: Landbouwer
Zoon van Casper Everhard Kniphorst, vervener en Catharina Blom
5. Jan van Wijk,
* Paterswolde 25-8-1889
6. Harm van Wijk,
* Paterswolde 6-6-1891, overleden 19-10-1982
X Zuidlaren 25-7-1923 Geertruida Liebe
* Zuidlaren 14-11-1899, overleden 1-5-2003 103 jaar
Dochter van Jan Liebe en Tietje Rabbens
7. Markus/Max van Wijk,
* Paterswolde 10-3-1894, overleden 13-2-1980
X 22-4-1926 Geertje Roeper/Roezer
* Zuidbriek 8-5-1901, overleden 29-11-1982
Begraven De Duinen Paterswolde
Dochter van Harm Roeper, expediteur en Grietje Holthuis
8. Egberdina van Wijk,
* Paterswolde 1-2-1897, overleden 10-3-1897
9. Egberdina van Wijk,
* Paterswolde 24-1-1898, overleden Eelde 3-3-1933
X Eelde 9-9-1920 Heero Nieborg
* Slochteren 21-12-1891, overleden 24-12-1948
Beroep: slager
Zoon van Hisko Nieborg en Klaassien Blakema
10. Mina van Wijk,
* Paterswolde 1-5-1900, overleden Groningen 13-3-1924
Geschiedenis Vennerstraat, café van Wijk
Aan de Vennerstraat, op de hoek met de Hoofdweg in Paterswolde, stond jarenlang Café Van Wijk. Het was niet alleen een café, maar maakte deel uit van een groter familiebedrijf met een winkel, een boerenbedrijf en verschillende vormen van handel. In de loop van de tijd werd het pand bovendien gebruikt als vergaderlocatie en later als theater, fotozaak en pizzeria. Daarmee veranderde de functie van het gebouw meerdere keren, terwijl de plek aan de Vennerstraat gedurende lange tijd een rol bleef spelen in het dorpsleven.
De geschiedenis van het pand gaat terug tot het begin van de negentiende eeuw. Het stond vlak bij de historische ingang van het landgoed De Braak en was oorspronkelijk bekend als ‘De Tromp’. Tijdens de Franse tijd zouden er trompetters in het pand zijn ondergebracht. In verband daarmee werd ook de naam ‘Het Tromphuis’ gebruikt. Hoe dit precies is gegaan, is niet volledig uit de bronnen op te maken, maar de namen De Tromp en Het Tromphuis zijn met de geschiedenis van de plek verbonden.
De omgeving van Paterswolde en Eelde maakte in deze periode grote veranderingen mee. Na de Slag bij Leipzig in oktober 1813 begon de Franse overheersing in Nederland snel af te brokkelen. Op 15 november 1813 verschenen de Kozakken voor de poorten van Groningen. In Paterswolde en Eelde werden later verhalen verteld dat ook Kozakken in het dorp waren gelegerd. Een van die verhalen houdt verband met hun contacten met de plaatselijke bevolking. Er werd zelfs beweerd dat in sommige Eelder families nog kenmerken van Kozakken zouden zijn terug te zien, bijvoorbeeld in haarkleur en gelaatstrekken. Daarvoor bestaat echter geen bewijs. Het gaat om een dorpsverhaal dat door de jaren heen is doorverteld en dat daarom wel onderdeel is geworden van de overlevering rond de plek, maar niet als historisch feit kan worden beschouwd.
De geschiedenis van De Tromp was nauw verbonden met het nabijgelegen landgoed De Braak. In 1807 kocht ontvanger-generaal Ludolph Theodorus van Hasselt, eigenaar van De Braak, de panden aan de Vennersteeg die toen de nummers 164 en 165 droegen. Hij betaalde daarvoor ƒ 461. De panden waren afkomstig van de weduwe van Jan Cornelis Harms, een meester-timmerman en huizenbezitter die de huizen waarschijnlijk zelf had laten bouwen.
In 1827 kwam De Braak in handen van Abraham Hesselink uit Sneek. Bij de bezittingen werd ook een behuizing genoemd die ‘De Tromp’ heette. In 1863 werd Dirk Hesselink eigenaar. Tot de bezittingen behoorden toen onder meer drie woonhuizen, bewoond door Jan Hartlief, Albert Bronsema en Hendrik Beerling.
Na het overlijden van Dirk Hesselink en zijn vrouw Trijntje werden De Braak en de bijbehorende bezittingen verkocht. Op 15 mei 1888 vond een openbare veiling plaats in logement De Kraak, dat later bekend werd als het Familiehotel. De Groninger ondernemer Jan Evert Scholten werd de nieuwe eigenaar van de buitenplaats. Voor De Braak en de bijbehorende bezittingen betaalde hij ƒ 29.144,50. Ook enkele percelen land op de Nieuwe Akkers, langs de Vennersteeg, kwamen in zijn bezit. Volgens de koopakte mocht op die grond niet worden gebouwd.
Ook De Tromp werd door Scholten gekocht. In het pand woonde op dat moment echter al Jan van Wijk, die er zijn eigen toekomst mee voor ogen had.
Jan van Wijk was een ondernemer die verschillende activiteiten combineerde. Hij was bakker, koopman, caféhouder en winkelier. Op 7 mei 1881 trouwde hij met Mina Rutgers. In De Tromp woonde toen Mechelina Beerling, weduwe van Keun. Nadat zij het pand had verlaten, gingen Jan en Mina er wonen. Op 10 juni 1881 werden zij ingeschreven aan de Vennersteeg. Jan werd officieel geregistreerd als winkelier.
In werkelijkheid was de onderneming inmiddels uitgebreider. Het huis functioneerde niet alleen als winkel, maar ook als café. Dat blijkt onder meer uit een aanvraag voor een drankvergunning in de periode waarin de nieuwe Drankwet werd ingevoerd. Daarmee werd het cafébedrijf van De Tromp ook officieel in de administratie zichtbaar.
Toch zat er een opmerkelijke tegenstrijdigheid in de geschiedenis van het pand. Toen Jan van Wijk in 1888 eigenaar werd, stond in de koopakte een bepaling dat het pand niet mocht worden ingericht of gebruikt als danshuis, koffiehuis, bierhuis, herberg of tapperij. Ook mocht het niet worden gebruikt als openbare gelegenheid waar drank of verversingen werden verstrekt. Met andere woorden: Jan kocht een pand waarvoor volgens de koopvoorwaarden een caféfunctie niet was toegestaan, terwijl er tegelijkertijd sprake was van een café en een drankvergunning.
Hoe deze tegenstrijdigheid juridisch precies is opgelost, is niet bekend. Er is geen verklaring gevonden die duidelijk maakt hoe de koopvoorwaarde en de verleende drankvergunning met elkaar konden worden verenigd. Vast staat wel dat de vergunning er kwam en dat Jan van Wijk het bedrijf voortzette.
In 1888 kocht Jan De Tromp voor ƒ 1.250. Vervolgens liet hij het oude pand, dat inmiddels bijna honderd jaar oud was, afbreken. In 1889 werd een volledig nieuw gebouw neergezet. Het nieuwe pand was ongeveer 14 meter breed en 23 meter lang. In 1911 volgde opnieuw een verbouwing. Het werd het bedrijf van Jan en Mina van Wijk en zou uiteindelijk bekend komen te staan als Café Van Wijk.
Het café vormde echter slechts een onderdeel van Jans ondernemingen. Naast het café had hij een winkel en een klein boerenbedrijf. Ook handelde hij in meel en later in kunstmest. De kunstmesthandel bleef zelfs tot in de Tweede Wereldoorlog bestaan. De winkel bleef eveneens jarenlang in bedrijf. De onderneming aan de Vennerstraat was daarmee geen café met toevallig wat nevenactiviteiten, maar een gecombineerd familiebedrijf waarin handel, landbouw, winkel en horeca naast elkaar bestonden.
In de loop van de jaren kreeg het café ook een bredere functie binnen het dorp. Dorpsbewoners kwamen er niet alleen om iets te drinken, maar ook om elkaar te ontmoeten, zaken te bespreken en nieuws uit te wisselen. Verenigingen en organisaties gebruikten het café als vergaderlocatie. Zo kwam bijvoorbeeld het veefonds van Eelde-Paterswolde er bijeen. Het café was daarmee een plaats waar verschillende onderdelen van het lokale leven samenkwamen: het verenigingsleven, zakelijke contacten, handel en sociale ontmoetingen.
Op 5 september 1925 droeg Jan van Wijk het cafébedrijf over aan zijn zoon Markus, de broer van mijn opa. Voor de overschrijving van de vergunning was toestemming nodig van Zijne Excellentie de Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid. Een eerder verzoek tot overdracht was afgewezen, maar uiteindelijk werd de vergunning wel op Markus overgeschreven. De gelagkamer had toen een oppervlakte van 45,95 m².
Op 7 april 1926 volgde ook de overdracht van een boerenbehuizing aan de Vennerstraat aan Markus. Daarbij hoorden een winkel, schuur, erf, tuin en bouwland. De koopsom bedroeg ƒ 8.000. Markus hoefde deze koopsom pas te betalen na het overlijden van zijn langstlevende ouder. Daarmee ging niet alleen het café, maar een aanzienlijk deel van het familiebedrijf van vader op zoon over.
Markus van Wijk zette de onderneming voort en bleef de plek aanpassen aan de veranderende omstandigheden. In 1957 liet hij op het terrein het Maxwill Theater bouwen. Hij wordt daarbij ook aangeduid als Markus van Wijk, alias Max. Het theater kwam in een periode waarin Paterswolde groeide en het dorp nieuwe inwoners en nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding kreeg. Het Maxwill Theater was een kleine bioscoop en theatercafé. Daarmee kreeg het terrein opnieuw een functie die aansloot bij de veranderingen in het dorp.
Het Maxwill Theater bleef echter niet lang bestaan. In 1967 sloot het zijn deuren. Daarmee kwam een einde aan de bioscoop- en theaterfunctie op deze plek.
Ook daarna bleef het pand in gebruik. Na de sluiting van de bioscoop en de horeca kreeg het achtereenvolgens andere bestemmingen. Zo kwam er onder meer een fotozaak, gerund door een zoon van de familie, en later een pizzeria. De verschillende functies laten zien hoe het gebouw zich in de loop van de tijd aanpaste aan veranderende behoeften. Wat begon als De Tromp en Het Tromphuis werd later het bedrijf van Jan en Mina van Wijk, vervolgens Café Van Wijk en het Maxwill Theater, en daarna een fotozaak en pizzeria.
Ook Mina Rutgers, de vrouw van Jan van Wijk, bleef onderdeel van de herinnering aan het bedrijf. Zij werd later aangeduid met de bijnaam ‘Muigie Mina’. De precieze betekenis en herkomst van ‘Muigie’ is niet met zekerheid vastgesteld. Het kan een lokale bijnaam of verbastering zijn geweest, mogelijk verbonden aan haar karakter, uiterlijk of een persoonlijke eigenaardigheid. Daarover is geen betrouwbare verklaring gevonden. Wel laat de bijnaam zien hoe mensen binnen een dorpsgemeenschap naast hun officiële naam ook onder een bijnaam bekend konden worden en hoe zo'n naam soms lang bleef voortleven.
De officiële documenten laten vooral zien wie iemand was volgens de administratie: eigenaar, winkelier, caféhouder, koper of verkoper. Een bijnaam als ‘Muigie Mina’ vertelt iets anders, namelijk hoe iemand binnen de gemeenschap werd aangeduid en herinnerd. Juist daarom kunnen dergelijke namen een waardevolle aanvulling vormen op de zakelijke en officiële geschiedenis van een familie en een pand.
Aan de Vennerstraat kwamen in de loop van ruim anderhalve eeuw veel verschillende activiteiten bij elkaar. Het pand stond bij De Braak, kende de naam De Tromp en werd verbonden met verhalen uit de Franse tijd. Jan en Mina van Wijk maakten er vanaf het einde van de negentiende eeuw hun bedrijf van. Er was een winkel, een boerenbedrijf, handel in meel en kunstmest en een café. Later nam Markus het bedrijf over en werd op het terrein het Maxwill Theater gebouwd. Na de sluiting daarvan kwamen er andere ondernemingen in het pand.
Ook tijdens de bevrijding kreeg de plek een plaats in de lokale herinnering: na de bevrijding sliepen er Canadezen. Daarmee werd opnieuw een gebeurtenis aan de lange geschiedenis van het gebouw toegevoegd.
De geschiedenis van de plek is daarmee vooral een geschiedenis van verandering. Het gebouw en de ondernemingen veranderden mee met de omgeving en met de behoeften van de bewoners van Paterswolde. Van een pand dat in de negentiende eeuw bekendstond als De Tromp, via het familiebedrijf van Jan en Mina van Wijk en het latere Café Van Wijk, tot het Maxwill Theater, de fotozaak en de pizzeria: de bestemming veranderde meerdere keren.
Wat door die veranderingen heen zichtbaar blijft, is dat de plek aan de Vennerstraat lange tijd een functie had binnen het dagelijks leven van Paterswolde. Mensen kwamen er voor handel, voor de winkel, voor het café, voor vergaderingen, voor het boerenbedrijf, voor het theater en later voor andere ondernemingen. Het was geen monumentaal gebouw dat zijn betekenis ontleende aan één gebeurtenis, maar een plek die betekenis kreeg door het gebruik ervan en door de mensen die er werkten, woonden en elkaar ontmoetten.
De geschiedenis van Café Van Wijk is daarmee verbonden met de geschiedenis van Paterswolde zelf: met de overgang van een agrarische dorpsgemeenschap naar een veranderende woonplaats, met nieuwe vormen van handel en ontspanning en met families die hun bedrijf van de ene generatie aan de volgende doorgaven. De namen De Tromp, Het Tromphuis, Café Van Wijk en Maxwill Theater markeren verschillende perioden in die geschiedenis. Het pand veranderde, de functies veranderden en uiteindelijk verdwenen ook de oorspronkelijke ondernemingen. Wat resteert, is de documentatie en de herinnering aan een plek waar gedurende vele jaren een deel van het dagelijkse leven van Paterswolde zich afspeelde.
Mijn herinneringen
Moeder Jannie kon koken als de beste. Ik vond het altijd een genot om bij hen te eten. Naar verluidt had zij haar kookopleiding in Zwitserland gevolgd.
Toen mijn ouders en zijn zus Mina en Huub 25 jaar getrouwd waren, hebben zij samen een feest in het café gegeven. De tafels waren de hele avond goed gevuld, de consumpties vloeiden rijkelijk en de band bleef maar spelen. Ik herinner me dat ik mijn vader later op de avond nog wat geld aan de band zag toestoppen, zodat ze vooral nog even door zouden spelen.
Tinus heeft die avond zichtbaar genoten.
Onze aanpak
Jan van Wijk
* Paterswolde 25-8-1889 te 21:00
Beroep: Tolgaarder, kleermaker, bakker, groentekweker
X Haren 2-5-1914 Klasina Heise
* Amsterdam 21-3-1894
Beroep:
Dochter van Jacob Heise en Jeichien Kremer

A.M. van Wijk

Gina

Praktijkonderzoek
Geef een beschrijving voor dit tabblad op en voeg informatie toe die interessant is voor sitebezoekers. Als u de tabbladen bijvoorbeeld gebruikt om diverse services uit te lichten, kunt u beschrijven wat iedere service uniek maakt. Als u tabbladen gebruikt om menugerechten weer te geven, beschrijft u waarom een bepaald gerecht de moeite waard of ontzettend lekker is.









